bron: https://nelos.be/artikel/getijdenboekje

Duiktijdstip

De bedoeling is natuurlijk te duiken op het moment dat er zo weinig mogelijk stroming is. Algemeen wordt aangenomen dat de maximale stroomsnelheid waarbij nog gedoken kan worden, een halve knoop is (zie hoofdstuk zeemanschap in de NELOS-cursus Theorie sportduiken). Bij de kentering is er stromingsstilstand en dit is dus het ideale tijdstip om te water te gaan. Op het eerste gezicht lijkt het logisch om aan te nemen dat hoogwater (HW) en laagwater (LW) telkens samenvallen met het moment van kentering. Als er geen water meer kan bijkomen is het hoogste peil bereikt en vanaf dan moet het water in de andere richting stromen. Dit geldt enkel onder de voorwaarde dat er geen water kan bijkomen, d.w.z. in een eindelijnsituatie. Dit is het geval op alle duikplaatsen meest ten oosten van het Oosterscheldebekken, zoals Wemeldinge en Gorishoek. Daar het merendeel van de Oosterscheldeduiken op deze plaatsen doorgaan, wordt vaak de regel ‘HW of LW = kentering’ verkeerdelijk veralgemeend. In Wemeldinge of Tholen (Vuilbak) is het beste moment om te water te gaan bijvoorbeeld ongeveer 30 minuten vóór HW. Westelijker, dus dichter bij de monding van de Oosterschelde, liggen de tijdstippen van het te water gaan duidelijk anders. Stroomstilstand komt dan niet absoluut overeen met het tijdstip van HW of LW. Op Schelphoek (Schouwen-Duiveland) zal bij HW de hoogste waterstand bereikt zijn, maar het water kan nog ongeveer 1 uur binnenstromen om aldus HW te bereiken in Bergen-op-Zoom. Het is niet omdat de hoogste waterstand bereikt is, dat het water in de andere richting gaat stromen. Er komt nog steeds water de Oosterschelde in, omdat er verderop nog niet de hoogste waterstand is bereikt. De binnenkomende hoeveelheid water ter hoogte van Schelphoek zal minder zijn en dat verklaart dan de lagere waterstand. We zullen dus daar niet vóór HW te water moeten gaan, vermits op het tij zelf de minste stroming te verwachten is. Op deze plaatsen mag je wel verwachten dat de stroming na de kentering vlugger zal toenemen, dan voor de kentering door het trechtereffect van de stormvloedkering. Je dient dus steeds de getijtafels te raadplegen om het geschikte duiktijdstip voor een gekozen duikdag, maar de herrekeningstabel ten opzichte van de referentie bijv. Wemeldinge is enkel van belang voor vaartuigen die rekening moeten houden met hun diepgang. Vele Zeeuwse horecabedrijven, hengelzaken en campings geven een uittreksel van de officiële ‘Getijdenboek’ uit in een handig zakformaat. Dit boekje is praktisch overal in Zeeland gratis of voor een lage prijs verkrijgbaar.

Gebruikte Terminologie in de getijdentafel

  • HW (hoogwater): moment dat het water zijn hoogste stand bereikt heeft. 
  • LW (laagwater): moment dat het water zijn laagste stand bereikt heeft. 
  • N.A.P.: Normaal Amsterdams Peil: referentiehoogte van het water in Nederland. 
  • M.E.T.: Midden-Europese Tijd. 
  • Z.T.: zomertijd. 
  • DOODTIJ: periode van enkele dagen na eerste en laatste kwartier (EK – LK) van de maan, waarbij het verschil tussen HW en LW het kleinst is. Je hebt dan het kleinste NAP-verschil, zwakkere stroming en langere kentering. 
  • SPRINGTIJ: periode van enkele dagen na volle of nieuwe maan (VM – NM) waarbij het verschil tussen HW en LW het grootst is. Je ondervindt dan sterkere stroming en een kortere kentering. 

In een getijdenboek vind je de tijdstippen van HW en LW per kalenderdag, uitgerekend volgens de stand van de maan en de zon ten opzichte van de aarde. Dit noemen we de astronomische factoren. Ook metereologische invloeden en onderwaterprofielen bepalen de HW- en LW-tijdstippen. Soms zijn er slechts 3 getijden op een dag omdat het tijdsverschil tussen twee getijden iets meer dan 6 uur bedraagt. De vetgedrukte uren wijzen op een zondag. Het verschil tussen HW- en LW-peil geeft de beste indicatie van de te verwachten stroming.

Enkele tips voor gebruik van het getijdenboekje

  • Het aangegeven tijdstip geldt voor de duikplaatsen bij Wemeldinge, Kattendijke en het Sas van Goes.
  • Als duiker ga je best 30 à 45 minuten vóór dit tijdstip te water, want dan heb je de minste stroming tijdens je duik.
  • Doodtij valt 1 tot 2 dagen na LK en EK. Springtij meestal 2 tot 3 dagen na NM en VM.
  • Met de zomertijd is al rekening gehouden in dit getijdenboekje.
  • Raadpleeg de herleidingstabel voor de tijden op andere duikplaatsen in de Oosterschelde.
  • Door meteorologische effecten kunnen afwijkingen ontstaan t.o.v. de astronomische HW/LW-standen. 

Getijdenboekje voor de Noordzee

Op de website van de Vlaamse Hydrografie kan je gratis het getijdenboekje downloaden dat geldig is voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge:

http://www.afdelingkust.be/nl/vlaamse-hydrografie